
Als voorproefje op het NAE Congres 9 november wordt er een workshop uitgelicht.
Workshop 4 uit workshopronde 1
Titel: De kracht en de valkuilen van gedeelde ervaring. Ervaringskennis in de behandeling van eetstoornissen
Sprekers: Charlotte Bijkerk PHD Kandidaat/onderzoeker en Carolijn de Beer Senior onderzoeker en Psycholoog
Doelgroep: Behandelaren ((GZ)-psychologen, psychotherapeuten, psychiaters, therapeuten, GZ-agogen, etc.) ervaringsdeskundigen, GZZ onderzoekers, (oud) cliënten
Omschrijving: Een aanzienlijk deel van de professionals binnen de eetstoorniszorg heeft zelf een persoonlijke geschiedenis met een eetstoornis. Deze gedeelde ervaring kan bijdragen aan verbinding en herkenning in de behandeling, maar roept ook vragen op over grenzen, professionaliteit en de verantwoorde inzet van ervaringskennis. In lijn met het congresthema ‘Gemeenschappelijke delers, wat eetstoornissen verbindt’ staat in deze workshop centraal hoe gedeelde ervaring tussen cliënt en professional zowel herstel kan bevorderen als complexiteit kan toevoegen aan het therapeutisch proces.
Charlotte Bijkerk presenteert recente onderzoeksbevindingen over professionals met ervaringskennis binnen de eetstoorniszorg. Daarbij komen zowel de meerwaarde als de uitdagingen van de dubbele rol van professional en ervaringsdeskundige aan bod, waaronder grenzen, zelfzorg, timing van zelfonthulling en de invloed van ervaringskennis op het behandelproces.
Carolijn de Beer verbindt deze thema’s aan bredere inzichten uit de jeugdhulp en laat zien welke kansen en dilemma’s persoonlijke ervaringen van professionals, ouders en jongeren met zich meebrengen.
Na een korte introductie gaan deelnemers actief aan de slag met praktijkdilemma’s uit de GGZ jeugdhulp en specialistische eetstoorniszorg. Aan de hand van casuïstiek, stellingen en reflectie in kleine groepen onderzoeken zij wanneer gedeelde ervaring kan bijdragen aan verbinding, hoop en herstel, maar ook wanneer risico’s ontstaan, zoals overidentificatie, onduidelijke grenzen of rolverwarring. De workshop biedt ruimte voor een kritische reflectie op zowel de werkzame elementen als de uitdagingen van ervaringskennis. Na afloop kunnen deelnemers werkzame elementen en risico’s benoemen en afwegen welke randvoorwaarden nodig zijn voor een verantwoorde inzet van ervaringskennis in de eigen praktijk.